Vandaag is gitarist/zanger Peter Frampton jarig. Hij is zeventig jaar geleden geboren als Peter Kenneth Frampton geboren in het Stone Park Hospital in Beckenham, Kent, Engeland. Als kind raakte hij al in de ban van muziek, nadat hij zichzelf had aangeleerd om muziek te maken op een bijzondere banjo, namelijk een banjo met een ukelele-hals. Ook qua gitaarspelen is hij een autodidact en als tiener zat hij achtereenvolgens in verschillende bandjes. Op zijn zestiende werd hij, net van school, lid van de band The Herd, waarmee het succes begon.

Peter werd zanger/gitarist van The Herd (de band was in 1965 opgericht) en nadat de band in 1967 en 1968 drie hits scoorde werd hij een tieneridool. From The Underworld was de eerste en bekendste van die hits, deze bereikte mede door het veelvuldig draaien door de Britse piratenzenders nummer zes op de Britse hitparade. In ons land werd de single zelfs nummer drie op de Top 40. De volgende single werd Paradise Lost, die nummer 16 bereikte in het Verenigd Koninkrijk en de derde hit was I Don’t Want Our Loving To Die, die daar nummer vijf werd.

The Herd maakte slechts één langspeelplaat, Paradise Lost getiteld. De meeste songs werden geschreven door Peter Frampton en toetsenist Andy Bown, die sinds eind jaren zeventig als pianist van Status Quo actief is. Omdat Peter het tieneridool zijn zat was (hij werd door een van de Britse tienerpopbladen uitgeroepen als The Face Of ’68), omdat de single Sunshine Cottage flopte èn omdat de onderlinge verhoudingen steeds slechter werden verliet hij The Herd en richtte hij een nieuwe band op.

Die band werd Humble Pie, die hij in 1969 samen met Steve Marriott oprichtte. Marriott was een zeer populaire zanger van de ook beroemde band Small Faces (hits als Tin Soldier, Sha-La-La- La-Lee, Lazy Sunday en All Or Nothing). Humble Pie was vooral in de Verenigde Staten succesvol vanwege de optredens en scoorde met de debuutsingle Natural Born Bugie een internationale hit: nummer vier in het Verenigd Koninkrijk, nummer zes in Nederland en Ierland en nummer negen in België. De volgende singles haalden de hitlijsten amper of niet. Een album was behoorlijk succesvol: Performance Rockin’ The Fillmore (1971), maar ondanks het succes van deze plaat verliet Frampton de band en begon een solocarrière.

Op zijn solodebuutalbum Wind Of Change (1972) had hij enkele beroemde gastmuzikanten: Ringo Starr en Billy Preston. Na nog eens drie soloplaten en uitgebreide Amerikaanse tournees bracht hij in 1976 zijn bekendste en bestverkochte soloplaat uit: Frampton Comes Alive!, een in 1975 live opgenomen dubbelaar met daarop zijn allergrootste hit: Show Me The Way (nummer zes in de VS, nummer tien in het VK en nummer één in ons land), waarop hij gebruikmaakte van een vrij nieuwe gimmick, de zogenaamde talkbox. Het album leverde nog meer hits op: Baby I Love Your Way (nummer 12 in de VS en 43 in het VK) en Do You Feel Like We Do? (nummer 10 in de VS en 39 in het VK). Frampton Comes Alive! werd goud in het Verenigd Koninkrijk en Canada en maar liefst 8x platina in de VS (8 miljoen exemplaren).

Hiermee was zijn naam gevestigd en werden zijn concerten nog beter bezocht. Maar qua plaatverkoop ging het snel bergafwaarts, opvolger I’m In You (1977) behaalde in de VS nog net de platinastatus en de titelsong werd weer een nummer één hit in de VS en Canada. In 1995 kwam een tweede live-dubbelaar uit, met als titel Frampton Comes Alive II, maar dit was geen succes, in de VS werd de albumlijsten niet behaald. In 2011 kwam er een wereldtournee waar het complete Frampton Comes Alive!-album werd gespeeld, ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan.

Peter Frampton bleef touren en platen maken, maar het grote succes kwam niet meer terug. In 1978 was hij samen met de drie broers Gibb (oftewel The Bee Gees) te zien in de ontzettend geflopte speelfilm Sgt. Pepper’s Hearts Club Band, die vernietigende kritieken kreeg. In 1988 was hij onder meer in de Rotterdamse Kuip toen hij meespeelde tijdens David Bowies Glass Spider Tour in 1988. In 1991 deed hij enkele optredens met Steve Marriott en namen ze ook nieuw materiaal op. Kort daarna ging Marriott plotseling terug naar Engeland en een dag later overleed hij bij een brand in zijn huis.

Zijn meest recente album heet All Blues (2019), dat hij maakte met zijn Peter Frampton Band. Hierop staan uitsluitend coverversies van diverse blues grootheden als Willie Dixon, Taj Mahal, Hoagy Carmichael en Miles Davis. Als gastgitaristen doen Larry Carlton, Sonny Landreth en Steve Morse mee. Vorig jaar kondigde hij aan te stoppen met optreden omdat hij lijdt aan de ongeneeslijke spierziekte inclusion body-myositis (IBM). Hij zou vanaf juni door de Verenigde Staten toeren met zijn ‘Peter Frampton Finale – The Farewell Tour’, maar zoals overal op deze aarde is dat vanwege het COVID-19 virus afgelast/uitgesteld.

Na de gebeurtenissen van 9/11 (op 11 september 2001) besloot Frampton Amerikaans staatsburger te worden, zodat hij voortaan ook aan de verkiezingen kan meedoen. Tenslotte woonde hij al sinds 1972 voornamelijk in de States. Als het goed is kun je straks Peter Framptons memoires lezen in het boek “Do You Feel Like I Do?”, dat 20 op oktober 2020 wordt uitgebracht.

Foto Peter Frampton op Bospop 2005: Harry Pater