Begin jaren negentig lijkt Bob Dylan op zijn retour. Hij neemt twee folkplaten op en krijgt een verjaardagsfeest vanwege zijn drie decennia in de muziek. Als klap op de vuurpijl krijgt de Amerikaanse zanger op 20 februari 1991 de Grammy Lifetime Achievement Award uitgereikt door acteur Jack Nicholson.

De combinatie van Dylan en Nicholson is niet wat opvalt aan de uitreiking van deze toekenning. In 1985 kondigde de acteur Dylan al aan bij diens legendarische en absurde Live Aid-optreden. Opmerkelijker is de onwennige houding die de zanger heeft bij opkomst. Alsof hij van gekkigheid niet weet hoe hij zich moet gedragen.

Maar ook dat is niet het meest bijzondere aan de uitreiking. Het is de speech van de zingende dichter die de avond memorabel maakt. Dylan zoekt naar zijn moeder, die ook in de zaal aanwezig is. Zijn vader is er niet bij – hij overleed eind jaren zestig.

Dylan haalt in zijn speech woorden aan die zijn vader, een “zeer eenvoudig man”, tegen de jonge zanger had gezegd. Vader Zimmerman sprak tot zoon Dylan, dat als Bob er zo erg aan toe zou zijn dat zelfs zijn ouders hem zouden verlaten, dat God in hem zou blijven geloven om zijn leven te beteren.

Later die avond zette Dylan zijn anti-oorlogslied Masters Of War in, bijgestaan door zijn toenmalige band. Een lied waarin misschien al een deel van die levensbetering is te horen. Want de zin dat zelfs Jezus de zonden van de oorlogsheren nooit zou vergeven, klinkt die avond niet in de zaal.