Van hoeveel rockbands hebben alle leden goede soloalbums op hun naam staan? The Beatles (al zit er een flink kwaliteitsverschil tussen Ringo’s beste en de meesterwerken van zijn drie collega’s), CSNY, misschien Genesis… veel meer zullen het er niet zijn. Toch komt Queen aardig in de buurt, ware het niet dat bassist John Deacon solo niet veel meer gemaakt heeft dan een eenmalig singletje met de band The Immortals (No Turning Back uit 1986). Verschillende uitstapjes van collega’s Brian May, Roger Taylor en Freddie Mercury zijn echter aanraders voor wie ook maar een beetje geïnteresseerd is in Queen, zoals deze album top 10 bewijst!

10. Freddie Mercury – Mr. Bad Guy (1985)

Op zijn eerste solosingle (het plaatje uit 1973 onder de naam Larry Lurex dus niet meegerekend) liet Freddie Mercury al horen welke richting hij op zou gaan zonder zijn bandmaten van Queen. Love Kills was namelijk een samenwerking met discoproducer Giorgio Moroder en niemand hoefde dus raar op te kijken toen in april 1985 het debuutalbum Mr. Bad Guy verscheen, dat nog meer disco-invloeden liet horen dan het verguisde Hot Space (1982) van Queen. Toch zijn de elf door Mercury zelf geschreven songs best aardig, inclusief het later dankzij een remix erg succesvolle Living On My Own. De twee ballads met de lange titels There Must Be More To Life Than This en Love Me Like There’s No Tomorrow halen bovendien het beste uit Freddie als zanger, terwijl Made In Heaven en I Was Born To Love You later in sterke(re) Queen-versies opdoken op Made In Heaven (1995).

9. Brian May & Friends – Starfleet Project (1983)

Dit solodebuut van Brian May is niet écht een album, zoals de Queen-gitarist ook netjes uitlegt op de achterzijde van de lp-hoes (we hebben het hier over vinyl, want Starfleet Project is nooit als één geheel op cd verschenen). Meestal wordt deze release onder de ep’s geschaard, hoewel May zijn werkstuk een ‘mini-lp’ noemt. Hoe dan ook: dit plaatje is buitengewoon interessant voor classic rock-fans, aangezien de Friends die May hier bijstaan niet de minste namen zijn: naast Eddie Van Halen werkten ook REO Speedwagon-drummer Alan Gratzer, Jeff Beck-bassist Phil Chen en toetsenist Fred Mandel mee, terwijl Queen-bandmaat Roger Taylor achtergrondzang verzorgde. Het prijsnummer is toch wel de instrumental Blues Breaker, waarin May en Van Halen twaalf minuten lang met elkaar duelleren. Extra leuk omdat je deze mannen niet vaak de blues hoort spelen.

8. Brian May – Back To The Light (1992)

Negen jaar na Starfleet Project verscheen in 1992 dan eindelijk Brian May’s eerste échte soloplaat. Back To The Light was vrij succesvol, met een top 10-notering in de Britse albumcharts en meerdere hitsingles. Ook in Nederland scoorden de titelsong en Driven By You heel aardig, en de ballad Too Much Love Will Kill You bezorgde May zelfs zijn eerste en enige nummer 1-hit. Dat lied vormde eerder dat jaar al een emotioneel hoogtepunt tijdens The Freddie Mercury Tribute Concert en een Queen-versie met zang van Mercury belandde in 1995 op het album Made In Heaven. Hoewel May niet de ideale zanger is voor het stevigere materiaal op Back To The Light – zoals twee jaar later nog duidelijker bleek op de liveregistratie Live At The Brixton Academy – behoren meerdere gitaarsolo’s tot zijn fraaiste werk.

7. Roger Taylor – Strange Frontier (1984)

Roger Taylors tweede soloalbum is een deels geslaagde en iets serieuzere opvolger van zijn debuut Fun In Space (1981). Sommige songs neigen meer naar het werk van Bruce Springsteen, wiens Racing In The Street hij hier ook niet onaardig covert. Ronduit huiveringwekkend, op een goede manier, is de intense uitvoering van Bob Dylans Masters Of War. En zo is de hele eerste plaatkant van hoog niveau, met verder de niet bijster succesvolle single Man On Fire en de onderschatte ballad Beautiful Dreams. Kant twee blijft een stuk minder goed hangen, maar Freddie Mercury schijnt wel mee te zingen in Killing Time en de rocksong It’s An Illusion (met John Deacon op bas en Status Quo’s Rick Parfitt op gitaar) mag er zeker wezen.

6. Brian May – Another World (1998)

Het duurde zes jaar, maar in juni 1998 verscheen dan eindelijk de opvolger van Brian May’s succesvolle Back To The Light. Opvallend is dat de gitarist er als zanger flink op vooruit is gegaan, getuige zijn prestatie in het uitstekende hardrocknummer Business en de ballad Wilderness. Ook verdienen zijn solo’s weer de kwalificatie ‘briljant’ en is het songmateriaal – volledig in de traditie van Queen – bijzonder veelzijdig: van het countrygetinte On My Way Up tot een soort futuristische metal (Cyborg). De drie covers van Slow Down (o.a. The Beatles), One Rainy Wish (The Jimi Hendrix Experience) en All The Way From Memphis (Mott The Hoople) zijn allemaal inferieur aan de originelen, maar wel met hoorbare liefde uitgevoerd. May wist ook wederom een aantal grote namen om zich heen te verzamelen, onder wie drummer Cozy Powell (ex-Rainbow, helaas kort voordat het album verscheen omgekomen bij een auto-ongeluk), Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins, Mott The Hoople-zanger Ian Hunter en gitaarlegende Jeff Beck.

5. Roger Taylor – Electric Fire (1998)

Enkele maanden na collega Brian May kwam ook Roger Taylor in 1998 met een nieuw soloalbum. Zijn muziek wijkt inmiddels meer dan ooit af van het werk van Queen en de sound van Electric Fire laat zich dan ook niet makkelijk met die van andere artiesten vergelijken. De groei die Taylor door de jaren heen als songwriter doormaakte, was al duidelijk te horen op voorganger Happiness? (1994) en ook nu weer zijn er genoeg nummers die best flinke hits hadden mogen zijn. De singles Pressure On en Surrender bereikten echter net niet of nauwelijks de Britse top 40. Believe In Yourself behoort tot Taylors mooiste ballads en zijn heavy cover van John Lennons Working Class Hero is op zijn minst een memorabele.

4. Brian May – Furia (2000)

Heel verwarrend: er loopt niet alleen nog een andere bekende muzikant met de naam Roger Taylor rond (die zit namelijk bij Duran Duran), er was ook een Australische filmcomponist die Brian May heette en muziek maakte voor behoorlijk populaire films als Mad Max. De ‘echte’ May, die van Queen dus, leverde in 2000 ook zijn eerste soundtrack af – al had hij als lid van Queen natuurlijk al de nodige ervaring opgedaan (Flash Gordon, Highlander). Opmerkelijk genoeg koos hij voor Alexandre Aja’s obscure Franse film Furia en het zal je niet verbazen dat de soundtrack zo goed als onopgemerkt bleef – zelfs bij de Queen-fanbase, zo lijkt het. Toch onterecht: May componeerde prachtige thema’s voor de film, laat zijn gitaar op momenten ouderwets lekker scheuren en levert ook een prima vocale prestatie in het emotionele lied Dream Of Thee. Tijd voor (her)waardering dus!

3. Roger Taylor – Happiness? (1994)

Het was voor het eerst in tien jaar dat Roger Taylor weer eens een soloplaat maakte. Niet dat hij in de tussentijd stilzat, overigens: hij verdeelde zijn tijd eind jaren tachtig en begin jaren negentig tussen Queen en zijn ‘hobbyband’ The Cross, die drie hooguit aardige albums afleverde. Happiness?, opgedragen aan zijn gemiste Queen-collega Freddie Mercury, liet echter horen dat hij flink gegroeid was als liedschrijver – en misschien ook wel als zanger. Het beste voorbeeld daarvan is een samenwerking met de Japanse muzikant Yoshiki (van de band X Japan): de ballad Foreign Sand steekt het beste werk van Queen naar de kroon. Verder haalt Taylor nog heerlijk uit naar neonazi’s (het controversiële hitje Nazis 1994) en Rupert Murdoch (Dear Mr. Murdoch). Met een 22ste positie in de Britse charts was Happiness? ook redelijk succesvol, maar het album had toch meer verdiend.

2. Roger Taylor – Fun In Space (1981)

Roger Taylor debuteerde in 1977 al als soloartiest met de geflopte single I Wanna Testify, maar pas vier jaar later kwam hij met zijn eerste album (waar die eerdere single overigens niet op te vinden is). Fun In Space bleek inhoudelijk net zo leuk als de prachtige hoes, waarop een alien een magazine met Taylor op de cover leest. Op de achterzijde zijn de rollen omgedraaid: de artiest leest het blad Creepy, met de alien op de cover. Dat Taylor prima overtuigt als rockzanger bewees hij eerder al op verschillende Queen-albums, maar op zijn eigen plaat neemt hij ook bijna alle instrumenten voor zijn rekening. Het resultaat is een destijds zeer onterecht neergesabelde lp, met als hoogtepunten het Led Zeppelin-achtige Let’s Get Crazy, My Country I & II en de door reggae beïnvloedde single Future Management (helaas geen bijzonder grote hit). 32 jaar later knipoogde Taylor naar de titel van dit debuut door zijn vijfde soloplaat de titel Fun On Earth mee te geven.

1. Freddie Mercury & Montserrat Caballé – Barcelona (1988)

Het blijft een van de meest bizarre combinaties van talenten die de muziekwereld ooit gekend heeft. Een droom van Queen-zanger Freddie Mercury ging in vervulling toen hij mocht samenwerken met de Spaanse operadiva Montserrat Caballé. De twee compleet verschillende vocalisten maakten zelfs een heel album. Operapuristen halen er misschien hun neus voor op en sommige Queen-fans willen wellicht niets weten van Caballé’s intense uithalen, maar we durven te beweren dat Mercury nooit beter zong dan in sommige van deze nummers. De titelsong is inmiddels natuurlijk een klassieker, maar het duo geeft ook ware tour-de-force-vertolkingen van het mede door Tim Rice geschreven The Golden Boy, Ensueño, het schitterende Guide Me Home en How Can I Go On – al lijkt Caballé niet helemaal op haar plaats in het laatstgenoemde poplied. Curieus, maar ook een stuk evenwichtiger dan elk album dat Mercury in de jaren tachtig met Queen maakte.