Op 12 mei viert gitarist Billy Duffy zijn 59ste en op 14 mei zanger Ian Astbury zijn 58ste verjaardag. Beide heren vormen vanaf 1984 het hart van de rockband The Cult. Drie succesalbums op rij forceren de doorbraak bij het grote publiek. In 1985 scoort The Cult een hit met She Sells Sanctuary van het album Love. Daarna verschijnt Electric in 1987 en in 1989 het best scorende album van The Cult ooit: Sonic Temple. Het stemgeluid van Astbury en de opzwepende gitaarriffs van Duffy maken dat je nummer van The Cult altijd meteen herkent. Tijd voor een top 10 van de beste nummers van The Cult.

10. Wild Hearted Son (1991)

Net op het moment dat The Cult het grote succes van Sonic Temple had kunnen continueren, komt begin jaren negentig de klad erin bij de band. Overmatig druggebruik, wisselende bezettingen en intensief toeren maken dat Duffy en Astbury niet meer met elkaar praten of samen in de studio zijn. The Cult is de enige band waar Jan Smeets van Pinkpop nog steeds vlekken in zijn nek van woede van krijgt. Een stonede Astbury hield zich niet aan tijden of afspraken en bracht de vergunning van Pinkpop in gevaar. Een wonder dat er nog sterke nummers als Wild Hearted Son op het zwakke album Ceremony staan.

9. Honey From A Knife (2012)

Na vijf jaar stilte komt The Cult met Choice Of Weapon terug met het beste album sinds Sonic Temple. Ondanks de voorganger Born Into This redelijk verkocht, wilde platenlabel Roadrunner van de band af. Met producers Bob Rock en Chris Goss klinkt The Cult weer als vanouds. Honey From A Knife is net als veel nummers van The Cult geïnspireerd door de oorspronkelijke bewoners van Amerika, de Indianen.

8. Lilies (2016)

Ondanks dat Astbury Choice Of Weapon het laatste studioalbum van The Cult noemde, kwam in 2016 Hidden City uit, met nieuw sterk materiaal. Het gedragen melancholieke Lilies is een typisch The Cult-nummer, sterk gezongen door Astbury.

7. Lil’ Devil (1987)

De gitaarriff van dit nummer zal bekend klinken, het was een tijdje de muziek onder de tv-commercial van EasyJet. Het album Electric is niet alleen een doorbraak voor The Cult, maar ook voor Rick Rubin als rockproducer. Rubin was tot dan aan toe voornamelijk bekend van hiphopproducties.

6. Dirty Little Rockstar (2007)

Tussen ongeveer 2002 en 2005 houdt The Cult een tweede pauze. Astbury vertolkt met verve de zangpartijen in een tour met de leden van The Doors. Er zijn plannen voor een soloalbum, maar het materiaal brengt hij mee naar Duffy en Born Into This uit 2007 is het resultaat. De productie van Martin Glover, artiestennaam Youth, eveneens bassist bij Killing Joke, is uiteindelijk wat vlak – wat met name de gitaarpartijen niet ten goede komt. The Cult vergezelt The Who op de grote Europese festivals dat jaar en doet een weergaloze try-out in het Paard in Den Haag, waar ondergetekende met veel plezier aan terugdenkt.

5. Born To Be Wild (1987)

Bijna alle nummer van The Cult zijn geschreven door Astbury en Duffy. Een van de weinige covers is de evergreen Born To Be Wild van Steppenwolf.

4. Edie (Ciao Baby) (1989)

Edie is een van de weinige ballads van The Cult. Tijdens de opnames van Electric in New York raakte Astbury geïnteresseerd in de scene rond Andy Warhol en met name in het leven van Edie Sedgwick, een model en muze van Warhol. Sedgwicks problematische leven met drugs en depressies en haar vroege overlijden inspireerden Astbury tot het schrijven van Edie.

3. She Sells Sanctuary (1985)

Het tweede album Love leidde tot wereldwijde bekendheid voor The Cult. Van het album worden drie singles getrokken, waarvan She Sells Sanctuary de grootste is. Het nummer is ook jaarlijks terug te vinden in de Top 2000. Het geluid op Love is een soort mystieke post-punk, voor de opvolger Electric zal The Cult deze koers drastisch wijzigen.

2. Fire Woman (1989)

Een heerlijke rocker die terecht altijd op de liveset van The Cult staat. Volgens Astbury gaat Fire Woman niet over iemand die hij kent, maar over een type vrouw dat hij omschrijft als een furie. Bob Rock (Aerosmith, Metallica, Mötley Crüe) zet met het album Sonic Temple weer een meesterproductie neer.

1. Love Removal Machine (1987)

Het album Electric was al opgenomen in het Verenigd Koningkrijk met producer Steve Brown, maar de band is niet tevreden met het resultaat. Na de nodige chagrijn van de platenmaatschappij mag de band op zoek naar een nieuwe producer. Ze belanden in New York op de studentenkamer van Rick Rubin. Rubin laat de band naar Led Zeppelin, AC/DC en de vroege Aerosmith luisteren. Astbury in een interview: “Rick zei: ‘Do you want to play pussy English music, or do you wanna rock?’, toen wisten we dat hij het moest gaan doen.”