Het is gisteravond dan eindelijk gebeurd: Deep Purple heeft een langverwachte plek in de Rock & Roll Hall Of Fame gekregen. Daarnaast zijn tijdens de ceremonie in New York ook onder andere Cheap Trick, Chicago en Steve Miller ingehuldigd. Die laatste maakte gebruik van de gelegenheid om fikse kritiek te uiten op de Hall Of Fame…

Aangezien Deep Purple door de jaren heen heel wat bezettingswisselingen heeft gehad, zijn slechts acht (ex-)leden toegevoegd aan de Rock & Roll Hall Of Fame. De huidige gitarist Steve Morse en toetsenist Don Airey zitten daar niet tussen, maar zij stonden gisteren wel op het podium om onder meer Highway Star en Smoke On The Water te spelen. Ritchie Blackmore had al eerder bekendgemaakt niet aanwezig te zijn tijdens de inhuldiging van zijn oude band. Metallica-drummer Lars Ulrich prees Deep Purple in zijn openingsspeech: “Ze hadden al lang geleden in de Hall Of Fame moeten zijn. Nu zijn ze waar ze thuishoren.”

Steve Miller, die ook een plek heeft gekregen in de Hall Of Fame en onder meer de hits Fly Like An Eagle en The Joker speelde, haalde opmerkelijk genoeg fel uit naar de organisatie tijdens een interview achteraf. Volgens de zanger en gitarist worden artiesten niet gerespecteerd door de Hall Of Fame en zou zijn muziek zonder toestemming gebruikt worden voor de ceremonie. “Het hele proces moet omgegooid worden”, aldus Miller.

Zanger Peter Cetera had eerder al geweigerd op te komen dagen tijdens de inhuldiging van Chicago, dat gisteren zonder hem klassiekers als 25 Or 6 To 4 ten gehore bracht. Cheap Trick werd wél herenigd met een oud-bandlid. Drummer Bun E. Carlos sloot zich weer even aan bij de groep. Hits die tijdens het optreden langskwamen, waren onder meer Surrender en – uiteraard – I Want You To Want Me.

Vorig jaar werden ook bands als Yes en The Cars genomineerd voor een plek. Zij kregen echter niet genoeg stemmen. Bekijk ook onze lijst met de elf acts die wij nog missen in de Rock & Roll Hall Of Fame.