Classic Rock Mag licht elke week de cruciale momenten uit de carrière van een legendarische band of artiest uit. Welke songs, optredens of gebeurtenissen achter de schermen zijn van grote invloed geweest op de loopbanen van deze iconen? Deze week werpen we een blik op de wonderbaarlijke geschiedenis van Bruce Springsteen.

1. Growin’ Up: De jonge Bruce en zijn eerste gitaar

“Toen ik opgroeide, waren twee dingen niet populair bij mij thuis”, zei Springsteen over de moeizame band met zijn vader, “Ik was daar een van en de andere was mijn gitaar.” Toen de jonge Bruce superster Elvis Presley zag optreden in The Ed Sullivan Show, wist hij dat hij ook een rockster wilde worden. Op 13-jarige leeftijd kocht hij zijn eerste goedkope gitaar (18 dollar) en drie jaar later hielp zijn moeder Adele hem aan een duurder exemplaar (een Kent-gitaar van 60 dollar). Springsteen beschreef het moment later in het lied The Wish (te vinden in de boxset Tracks): “Dirty old street, all slushed up in rain and snow/Little boy and his ma standing outside a run-down music store window/On top of the Christmas tree shines one beautiful star/And lying underneath, a brand new Japanese guitar.” Tegen Newsweek zei de inmiddels doorgebroken Boss in 1975: “Voor zover ik me kan herinneren was de eerste dag waarop me beviel wat ik in de spiegel zag, de dag dat ik voor het eerst een gitaar in handen had.” [DG]

2. The E Street Shuffle: Het begin van de E Street Band

Eén van de belangrijkste ontmoetingen in het vroege muzikantenbestaan van Springsteen zou die met Clarence Clemons zijn. De in meerdere opzichten grote saxofonist was op zoek naar een mogelijkheid om rock & roll te spelen, en besloot daarom op een dag een kijkje te nemen in een club waar Springsteen speelde. Het was extreem slecht weer: de deur van de bar waaide uit de scharnieren toen Clemons hem opende. Maar hij was er. En hij vroeg aan Bruce of hij een stukje mee mocht spelen. Een magisch moment volgde, en een levenslange samenwerking was geboren. Verschillende line-ups van Springsteens groep zouden tussen 1972 en 1975 het levenslicht zien voordat de meest legendarische bezetting een feit was. Vanaf 1974 kreeg de band officieel zijn naam, geïnspireerd door de straat in Belmar, New Jersey waar de moeder van toenmalig toetsenist David Sancious leefde. [SS]

3. Cover Me: Auditie voor John Hammond, de eerste albums en covers van andere artiesten

John Hammond, de legendarische producer en talentscout die o.a. Bob Dylan ontdekte, contracteerde ook Bruce Springsteen. Manager Mike Appel regelde een auditie voor de jonge rocker. Op 2 mei 1972 liet hij Hammond horen wat hij allemaal in huis had. Springsteen herinnerde zich in 1998 nog precies hoe de sessie verliep: “Het was een grote dag voor me. Ik was 22 en ik zat in de bus met een akoestische gitaar zonder gitaarkoffer. Ik voelde me niet op mijn gemak om met mijn gitaar door de stad te lopen. Ik stapte zijn kantoor binnen en deed de auditie en Hammond zei: ‘Jij moet bij Columbia Records komen.’” Een dag later mocht Bruce direct een aantal demo’s opnemen (waarvan enkele aan de boxset Tracks zijn toegevoegd). De eerste twee albums Greetings From Asbury Park, NJ en The Wild, The Innocent & The E Street Shuffle deden in 1973 niet veel, maar Springsteens talent werd wel door collega’s opgemerkt. Zo nam David Bowie een versie op van It’s Hard To Be A Saint In The City (pas veel later uitgebracht, maar toch) en was de band The Hollies er ook vroeg bij met een cover van 4th Of July, Asbury Park (Sandy). [DG]

4. The Promise: Doorbraak met Born To Run

Met zijn derde album Born To Run wist Springsteen een plaat af te leveren die zowel op artistiek als commercieel gebied gigantisch scoorde. Daarmee zorgde het niet alleen voor de definitieve doorbraak van The Boss, maar is het ook vandaag de dag nog altijd een absoluut hoogtepunt uit ’s mans carrière. De songs zijn een stuk volwassener en de productie is verfijnder: niet voor niets had het in totaal 14 maanden geduurd om het album op te nemen. De bijbehorende promotiecampagne maakte dankbaar gebruik van de inmiddels legendarische quote van Jon Landau: “I saw rock ‘n’ roll’s future—and its name is Bruce Springsteen.” Een citaat dat nog steeds wordt gezien als een belangrijke schakel in het groeiende succes van The Boss. [SS]

5. Independence Day: De rechtszaak tegen Mike Appel

De langverwachte doorbraak met de klapper Born To Run werd gevolgd door een jammerlijke rechtszaak tegen Mike Appel. Springsteens voormalige manager (en co-producer van Born To Run) had namelijk voor een groot deel de rechten op de songs van de superster in handen, en volgens Bruce beperkte Appel hem in zijn artistieke vrijheid. Aan opnemen kwam Springsteen in 1976 niet meer toe, totdat de zaak buiten de rechtszaal werd opgelost. De rocker kreeg zijn vrijheid terug en zette direct een groot aantal songs op band voor de Born To Run-opvolger. Een klein deel daarvan kwam in 1978 op het meesterwerk Darkness On The Edge Of Town terecht (door ons onlangs nog uitgeroepen tot Springsteens beste plaat) en een reeks andere opnames verscheen in 2010 op de dubbel-cd The Promise. [DG]

6. One Step Up: Springsteen schrijft Hungry Heart voor The Ramones

De punkscene van eind jaren zeventig sprak Springsteen wel aan en toen hij de invloedrijke punkband The Ramones ontmoette, vroeg zanger Joey Ramone hem een nummer te schrijven voor de groep (bedoeld voor het komende album End Of The Century). Bruce ging akkoord en schreef snel het catchy Hungry Heart, maar op aanraden van manager Jon Landau hield hij het nummer toch voor zichzelf. Een verstandige beslissing, want het lied leverde hem zijn eerste top 10-hit op in Amerika. [DG]

7. Glory Days: Commercieel hoogtepunt met Born In The U.S.A.

Uitgerekend een album waarop Springsteen wat minder klinkt als Springsteen, bleek uiteindelijk het commerciële hoogtepunt voor The Boss te worden: Born In The U.S.A. staat vol met optimistische nummers waarbij via het drumgeluid en de nodige synthesizers de sound van de jaren ’80 niet wordt geschuwd. Dat alles neemt niet weg dat Born In The U.S.A. een geweldige plaat is en dat de combinatie van al die ingrediënten zorgde voor een groter publiek dan ooit. Daar komen de legendarische en goed uitgevoerde muziekvideo’s ook nog eens bij, voor die tijd (Michael Jacksons Thriller was nog geen 2 jaar oud) uniek te noemen. Springsteen liet later weten dat het altijd zijn bedoeling was geweest om met Born In The U.S.A. een album voor een zo groot mogelijk publiek te maken, en dat het (financiële) succes hem niet zou veranderen. [SS]

8. When You’re Alone: Soloplaten

Met Tunnel Of Love, de opvolger van Born In The U.S.A., begonnen er dingen te veranderen. Leden van de E Street Band kwamen vrij sporadisch op de plaat voor en Springsteen speelde veel zelf met behulp van synthesizers en drumcomputers. Het zou het begin worden van een periode zonder zijn muzikale maatjes, want in 1989 besloot Springsteen de E Street Band op te heffen. Wat volgde waren een aantal ‘soloplaten’ die niet allemaal even goed werden ontvangen: vooral het in 1992 tegelijk uitgebrachte Human Touch en Lucky Town gelden als het zwakkere werk van The Boss. Ook na de hereniging met The E-Street Band in de late jaren 90 bleef Springsteen overigens op eigen houtje platen maken. Zo bracht hij in 2005 Devils & Dust uit en een jaar later The Seeger Sessions, waarbij er met een compleet andere groep (The Sessions Band) werd gespeeld. [SS]

9. Eyes On The Prize: Oscar voor Streets Of Philadelphia

Films hebben altijd een grote invloed gehad op het werk van Springsteen. Zo liet hij zich voor Point Blank (van The River) inspireren door de gelijknamige cultfilm van John Boorman uit 1967, en John Ford’s filmversie van Steinbecks The Grapes Of Wrath was van invloed op The Ghost Of Tom Joad. Andersom inspireerden Springsteens songs ook diverse filmmakers (zoals Sean Penn, die zijn film The Indian Runner deels baseerde op Bruce’s lied Highway Patrolman). Maar ondanks de duidelijke connectie met Hollywood, schreef Springsteen pas in 1993 een song specifiek voor een film. Regisseur Jonathan Demme (The Silence Of The Lambs) vroeg hem een lied te schrijven voor het aangrijpende drama Philadelphia. Het resultaat, Streets Of Philadelphia, groeide uit tot een van Springsteens grootste hits. Het leverde hem een jaar later zelfs een Oscar op. Sindsdien bleef The Boss nummers aanleveren voor soundtracks van films als Dead Man Walking (Oscarnominatie voor de titelsong) en recentelijk The Wrestler (het titelnummer werd beloond met een Golden Globe). [DG]

10. Man At The Top: Reünie met The E-Street Band

In januari 1995 trommelde Springsteen zijn E-Street Band weer op voor enkele nieuwe studio-opnames. Vier daarvan kwamen in hetzelfde jaar terecht op de succesvolle compilatie Greatest Hits en meer tracks verschenen een jaar later op de ep Blood Brothers (behorend bij de release van de gelijknamige documentaire over Springsteens langverwachte hereniging met zijn band). De reünie bleek van korte duur, want de volgende release was het (overigens geweldige) ‘soloalbum’ The Ghost Of Tom Joad. In 1999 konden fans zich dan eindelijk verheugen op een tour van Springsteen met The E-Street Band. Na het livealbum Live In New York City volgde de bijzonder succesvolle studioplaat The Rising (deels geschreven naar aanleiding van 9/11), Springsteens beste in vele jaren. Sindsdien haalden al zijn studioalbums met eigen materiaal de nummer 1-positie in de albumcharts. Het mocht duidelijk zijn: de populariteit van The Boss had een nieuw kookpunt bereikt. [DG]

11. The Long Goodbye: Danny Federici en Clarence Clemons overlijden

De laatste jaren is het relatief rustig rondom Springsteen, voor zover je steevast briljante platen en uitverkochte tournees rustig kan noemen. Met het overlijden van toetsenist Danny Federici (in 2008) en saxofonist Clarence Clemons (2011) vonden echter ook twee gebeurtenissen plaats die de sound van de E Street Band voor altijd zouden veranderen. Twee mannen die essentieel waren voor het zo herkenbare geluid van Springsteen en zijn meest bekende begeleidingsband, zullen nooit meer met The Boss samenspelen. [SS]