Het is 1981. Zanger Bruce Dickinson heeft net Paul Di’Anno bij Iron Maiden vervangen en de band gaat de studio in voor de opname van het derde cruciale album.

Vooral Dickinson voelt de druk om boven verwachting te presteren met het nieuwe Iron Maiden-album. De band heeft op dat moment al redelijk veel succes behaald met Killers en treedt op in Europa en Japan. Dickinson heeft zijn band Samson verlaten voor Iron Maiden en de nieuwe zanger wil zich graag bewijzen. De band duikt de studio in met topproducer Martin Birch, die dan al furore gemaakt heeft met Deep Purple en Ronnie James Dio. De opnames worden omgeven door geheimzinnigheden: de reparatie van Martin Birch’s auto kost precies 666,66 Pond en zit een onverklaarbare brom in de opnames. (Deze brom blijkt later van de microfoon van bassist Steve Harris te komen.)

Bruce Dickinson wil graag een gesproken Bijbeltekst in de opening van het nummer. Ze polsen horroracteur Vincent Price, maar die blijkt financieel niet haalbaar voor de band. Dickinson luisterde graag naar spookverhalen op Capitol Radio en ze besluiten de voorlezer van deze verhalen te vragen. Een keurige oude man komt naar de studio en spreekt de opnames in een half uurtje in.

Een van de grootste uitdagingen blijkt de zang. Dickinson is een hele dag en nacht bezig met de eerste twee regels, maar Martin Birch is nog steeds niet tevreden. “Leg je leven in deze regels, je identiteit als zanger.” Bruce gaat na dit gesprek terug naar de studio: “I left alone, my mind was blank”, vertelt hij later.

De rest is geschiedenis. Iron Maiden breekt met The Number of the Beast door in de VS en staat op nummer 1 in de album top 75 in Engeland.