Elke week licht Classic Rock Mag een ‘verborgen juweel’ uit, een plaat die om wat voor reden dan ook totaal ondergewaardeerd werd of tot vandaag de dag onderbelicht bleef. Deze week is dat Headless Cross, het veertiende studioalbum van Black Sabbath, verschenen in 1989.

We zullen niet ontkennen dat het beste werk van Black Sabbath gemaakt is door de line-ups met Ozzy Osbourne en Ronnie James Dio op de voorgrond. Na Mob Rules (1981) versleet Sabbath de ene na de andere zanger, waardoor de band steeds minder serieus genomen werd. Toch is er minstens één Black Sabbath-album uit deze periode dat aan herontdekking toe is: Headless Cross.

Met Ronnie James Dio als Ozzy’s vervanger verschijnen begin jaren tachtig twee van de beste platen uit het Sabbath-oeuvre (Heaven And Hell en Mob Rules), gevolgd door een liveplaat (Live Evil). Maar helaas, Dio vertrekt in 1982 en vanaf dat moment gaat het bergafwaarts met Black Sabbath. Het lijkt geen slecht idee om Ian Gillan van Deep Purple aan te trekken als de nieuwe vocalist bij de band. ‘Deep Sabbath’ blijkt echter niet zo’n geslaagde combinatie, want het resultaat, het eigenlijk ook best onderschatte Born Again (1983), wordt neergesabeld.

Een reünieoptreden met Ozzy op Live Aid in 1985 rammelt aan alle kanten. Gitarist Tony Iommi wil een soloalbum maken met een andere Deep Purple-veteraan, zanger Glenn Hughes. De platenmaatschappij laat dit niet toe, en het album Seventh Star (1986) verschijnt onder de naam Black Sabbath Featuring Tony Iommi. Met Black Sabbath heeft deze plaat echter weinig van doen, aangezien Iommi het enige oorspronkelijke bandlid is.

Verwarrend allemaal, maar daar moet de nieuwe frontman Ray Gillen (ex-Badlands) verandering in brengen. Het zit de band echter niet mee, want ook Gillen wordt vervangen. Met de fantastische zanger Tony Martin maakt Black Sabbath – al is Iommi opnieuw het enige Sabbath-lid uit de vroege line-ups – een prima, maar weinig succesvol The Eternal Idol (1987).

Martin blijft aan voor een vervolgplaat, het nog betere Headless Cross. Bijgestaan door bassist Laurence Cottle en de onvolprezen drummer Cozy Powell (ex-Rainbow) maken Iommi en Martin de beste Sabbath-plaat sinds Mob Rules. Mede dankzij de bijzonder pakkende titeltrack, voorafgegaan door de korte huiveringwekkende instrumental The Gates Of Hell, die ook als single werd uitgebracht:

Headless Cross bevat zeven melodieuze hardrocksongs, waarin Tony Martins ontzagwekkende stem (die overigens sterk aan Dio doet denken), Iommi’s geïnspireerde riffs en solo’s, en zeker ook Cozy Powells machtige donderdrums excelleren. Een uitstekend voorbeeld daarvan is de derde track, het voortdenderende Devil And Daughter:

Niemand minder dan Queen-gitarist Brian May – een goede vriend van Iommi – komt tijdens de opnames even langs voor een gitaarsolo. Het kenmerkende Queen-geluid in die solo is misschien wat afwijkend van de vertrouwde Sabbath-sound, maar When Death Calls is een van de sterkste tracks op Headless Cross. Onder begeleiding van Geoff Nicholls macabere toetsen klimt Martins hemelbestormende stem op naar een respect afdwingende hoogte, waarna Iommi inkomt met een snoeiharde riff in het refrein. Brian May’s solo doet de rest.

Het ouderwets hoge niveau van Headless Cross, When Death Calls en Devil And Daughter wordt pas weer bereikt in afsluiter Nightwing, maar – anders dan enkele eerdere en latere releases – kent het album geen middelmatige momenten. De overige tracks Kill In The Spirit World, Call Of The Wild en Black Moon zijn prima, stevige metalsongs met uitstekend spel van alle betrokkenen. Op de zogeheten ‘picture disc’-uitgave stond nog een extra track: Cloak And Dagger, waarvoor dezelfde kwalificatie geldt:

De sound van Headless Cross is niet zo gedateerd als veel andere hardrockplaten uit de jaren tachtig, hoewel het wel duidelijk is dat het album uit die tijd komt. Na Headless Cross maakt Black Sabbath – ditmaal met Neil Murray (Whitesnake) op bas – nog een klasseplaat (Tyr, 1990) en komt Ronnie James Dio terug voor het ook al onderschatte Dehumanizer (1992). Als we de albums van Heaven And Hell (eigenlijk gewoon Black Sabbath onder een andere naam) even niet meerekenen, zijn er sindsdien nog slechts twee albums van de band uitgebracht. Op zowel het povere Cross Purposes (1994) als het absolute Black Sabbath-dieptepunt Forbidden (1995) nam Tony Martin weer de zang voor zijn rekening.

Headless Cross was geen groot succes en is op dit moment zelfs ‘out of print’, en dat is doodzonde. Als er één Black Sabbath-plaat aan herontdekking toe is, dan is het deze wel. We verwachten veel van het komende reüniealbum met Ozzy, maar het zou echt geen schande zijn als Headless Cross het beste Black Sabbath-album van de afgelopen dertig jaar blijft.