Elke week licht Classic Rock Mag een ‘verborgen juweel’ uit, een plaat die om wat voor reden dan ook totaal ondergewaardeerd werd of tot vandaag de dag onderbelicht bleef. Deze week is dat Future Blues van Canned Heat, uitgebracht in 1970.

Dankzij het optreden op Woodstock en hits als Going Up The Country staan de bluesrockers van Canned Heat met gouden letters ingeschreven in de rockhistorie. Ook maakte de band eind jaren zestig en begin jaren zeventig nog formidabele albums, hoewel je daar tegenwoordig niemand over hoort. Neem het vaak over het hoofd geziene Future Blues (1970), waarmee Canned Heat de meest constante plaat uit het oeuvre afleverde.

Nog voordat de boogierockers het debuutalbum uitbrengen, staat Canned Heat in juni 1967 al op het legendarische Monterey Pop Festival. Dat optreden behoort niet tot de betere van de band, maar de eerste lp Canned Heat (1967) maakt meer dan voldoende indruk. Met frisse en eigentijdse bewerkingen van bluesstampers als Rollin’ And Tumblin’ en Dust My Broom weet het Amerikaanse gezelschap zich te onderscheiden. De tracks worden afwisselend gesierd door de zware stem van Bob Hite (toepasselijke bijnaam: ‘The Bear’) en de juist kenmerkend hoge zang van Alan Wilson.

De twee bekendste albums van Canned Heat verschijnen het jaar daarop. Op Boogie With Canned Heat – met de hit On The Road Again – en dubbelaar Living The Blues speelt de band eigen materiaal. Puike platen, hoewel de eindeloze Refried Boogie (die de volledige tweede plaat van Living The Blues beslaat) misschien iets te veel van het goede is.

Er volgt een mindere plaat, Hallelujah (1969), en de compilatie Cookbook: The Best Of Canned Heat. In augustus van dat jaar geeft Canned Heat een uitmuntend optreden op het Woodstock-festival, waardoor de band voor altijd herinnerd zal worden. Inmiddels is gitarist Henry Vestine vervangen door Harvey Mandel. Het enige studioalbum van deze nieuwe line-up is Future Blues, uitgebracht in august 1970.

Ditmaal bestaat de plaat niet alleen uit originals. Zo was de door Eddie Schuler geschreven openingstrack Sugar Bee een cover van een niet al te succesvolle Cleveland Crochet-single uit 1961. Met Bob Hite op zang en Alan Wilson op harmonica werd de Canned Heat-bewerking een scheurende bluesrocker en een uitstekende instapper:

Verrassend is het jazzy Skat, compleet met blazers. Net zoals op Boogie With Canned Heat en Living The Blues vervult de beroemde Dr. John een gastrol op de plaat. Mede dankzij zijn toetsenwerk en blazerarrangementen (maar natuurlijk ook door de zang en het harmonicaspel van Alan Wilson) is Skat een van de opvallendste tracks op Future Blues.

De single Let’s Work Together betekende de laatste grote hit voor de band. Deze opzwepende bluesrocker is een cover van Wilbert Harrisons hit uit 1969 en werd natuurlijk later ook op memorabele wijze gecoverd door Bryan Ferry (als Let’s Stick Together). Hier is het wederom Bob Hite die de leadzang voor zijn rekening neemt:

Dr. John is weer te horen in het door Alan Wilson gezongen en geschreven London Blues, de sublieme opener van de tweede plaatkant. Ditmaal is het leadgitarist Harvey Mandel die de show steelt in de heerlijke solo’s van dit slomere bluesnummer:

Er staan slechts drie tracks op kant twee van Future Blues, waarvan So Sad (The World’s In A Tangle) bijna acht minuten lang doorstompt onder leiding van Bob Hite. Ruimte zat voor met name Mandel om nogmaals zijn kunsten te vertonen. So Sad is eveneens een zelf geschreven stuk, hoewel ditmaal alle bandleden worden vermeld als schrijvers. Behalve Mandel, Hite en Wilson bestaat Canned Heat op dit album uit bassist Larry Taylor en drummer Adolfo de la Parra.

Future Blues verschijnt kort voor het overlijden van Alan Wilson, die in september 1970 sterft aan een overdosis. Hij wordt slechts 27 jaar. Wel is hij nog te horen op de na zijn dood uitgebrachte liveplaat Canned Heat ’70 Concert Live In Europe en de prachtige samenwerking met John Lee Hooker (Hooker ’N Heat, 1971). Zonder de herkenbare stem van Wilson lukt het de band niet om de oude successen te evenaren, hoewel vooral One More River To Cross (1973) een heel redelijke poging is. In 1981 overlijdt ook Bob Hite. Het beste werk van Canned Heat, met zowel Wilson als Hite nog in de band, verdient het om alsnog tot de klassiekers te worden gerekend. Vooral Future Blues, want betere blues(rock) is er zelden gemaakt.