Elke week licht Classic Rock Mag een ‘verborgen juweel’ uit, een plaat die om wat voor reden dan ook totaal ondergewaardeerd werd of tot vandaag de dag onderbelicht bleef. Deze week is dat het eerste en enige album van Tomorrow, verschenen in 1968.

Steve Howe kennen we natuurlijk allemaal als gitarist van progrockband Yes en supergroep Asia. In de jaren zestig maakte hij deel uit van een weinig succesvol, maar geweldig getalenteerd psychedelisch gezelschap, genaamd Tomorrow. Het album dat wij hier uitlichten, is de enige lp van de band en een van de betere uit de late jaren zestig.

Voordat zanger Keith West, bassist Junior (echte naam: John Wood), drummer Twink (John Alder) en Howe zich Tomorrow noemen, gaat het viertal door het leven als – onder andere – The In Crowd. Na een erg mager hitje in eigen land met een cover van That’s How Strong My Love Is, lijkt het succes niet al te ver weg als de band een gastrol krijgt in de film Blow-Up (1966). De Italiaanse meester Michelangelo Antonioni (Zabriskie Point, Professione: Reporter) is regisseur van deze behoorlijk experimentele film, overigens een van de beste en meest invloedrijke van het decennium.

Maar helaas, het mag niet zo zijn. Steve Howe weigert een gitaar stuk te slaan voor de scene, waarop er een groot aantal nepgitaren wordt gemaakt. Echter, op het laatste moment krijgt de populaire groep The Yardbirds de rol in de beroemde ‘nachtclubscene’ van Blow-Up. De nagemaakte gitaar die Yardbird Jeff Beck daarin kapot ramt, was dus eigenlijk bedoeld voor Howe.

De psychedelische jaren rond 1967 lijken een ideale periode voor de doorbraak van de inmiddels tot Tomorrow omgedoopte band. Bands als Pink Floyd en Traffic oogsten succes met platen als The Piper At The Gates Of Dawn en Mr. Fantasy, en ook bands als The Rolling Stones en Eric Burdon & The Animals gaan op de psychedelische toer. Tomorrow debuteert met de meesterlijke single My White Bicycle (later een hit voor hardrockband Nazareth). De plaat heeft geen succes in de charts, maar geldt tegenwoordig als een hoogtepunt uit de psychedelische rock en het beroemdste werk van Tomorrow.

Kort daarna in 1967 is het de als Keith Alan Hopkins geboren Tomorrow-zanger Keith West die op eigen houtje wél een grote hit weet te scoren met Excerpt From A Teenage Opera. Deze catchy single over ‘Grocer Jack’ neemt West op voor de musical A Teenage Opera van Tomorrow-producer Mark Wirtz, en groeit uit tot een onvervalste sixtiesklassieker.

Ondertussen moet zijn band Tomorrow nog een eerste album uitbrengen. Deze verschijnt pas in 1968. Veel te laat, geeft West toe in de liner notes bij de remaster van de plaat, want de psychedelische rock raakt al uit de mode: “Mensen vergeten vaak hoe kort die periode was.” Ook verbaast West zich over het feit dat Tomorrow een plaat mag maken en hij niet, terwijl hij als soloartiest wel succes heeft. Tijdens liveshows krijgt de band overigens wel de aankondiging ‘Tomorrow featuring Keith West’.

Toch mogen we blij zijn dat het Tomorrow-album verschijnt, want in de psychedelische rock zijn er weinig betere gemaakt. My White Bicycle klinkt nog steeds geweldig, maar de lp heeft meer te bieden. Van de elf tracks schreef West er tien met zijn schoolkameraad Ken Burgess, en de ene – opvallende – cover is van Lennon & McCartneys Strawberry Fields Forever. Een prima bewerking, hoewel nog steeds inferieur aan het origineel:

De teksten op de plaat zijn typisch van die tijd, boordevol ideeën over dromen, dwergen, regenbogen, witte fietsen en kledingwinkels, vast in meerdere gevallen geschreven onder invloed van lsd. De sitar (te horen in Real Life Permanent Dream) mag natuurlijk niet ontbreken, waaruit blijkt dat de invloed van de onlangs overleden Ravi Shankar niet te onderschatten is. De plaat kent simpele, opbeurende popmomenten als in Shy Boy en minder toegankelijke, ongewone composities als Hallucinations en vooral Revolution:

Steve Howe bewijst zich al een magnifieke gitarist op de eerste en enige (in typische psychedelische hoes gestoken) Tomorrow-plaat, hoewel hij zijn definitieve sound pas een paar jaar later vindt als lid van Yes. Vooral in het lied Now Your Time Has Come mag hij zich lekker uitleven in een lange solo:

Howe is overigens het enige Tomorrow-lid dat een succesvolle toekomst in de muziek tegemoet gaat. Keith West probeert het in 1968 nog met de single On A Saturday – met Howe op gitaar en Ron Wood op bas! – maar deze flopt. Twink, ofwel drummer John Alder, is te horen op de psychedelische rockklassieker S.F. Sorrow van The Pretty Things (1968) en richt later de uitstekende band The Pink Fairies op, met weinig commercieel succes.

In 1998 verschijnt een cd met niet eerder uitgebrachte opnames van Tomorrow (50 Minute Technicolor Dream), met onder meer niet gebruikte opnames voor de film Blow-Up. Deze release is een prima aanvulling op de onvolprezen debuutplaat, die in de kast van iedere psychedelische rockliefhebber hoort te staan. Voor wie nog niet overtuigd is, laat de plaat zich niet beter omschrijven dan in deze regel die op de oorspronkelijke lp-hoes stond gedrukt: “Driving, changing, moving, building, sometimes gentle, sometimes fierce, always creating, never still… This is Tomorrow.”